Mijn fascinatie voor mensen ontstond al vroeg uit het tekenen. De portretten die ik op de Vrije Academie maakte, groeiden als vanzelf uit tot complete mensen. Stof genoeg, want ik houd ervan om naar mensen te kijken, bijna schaamteloos, naar gezichten, houdingen, bewegingen en onderlinge verhoudingen. Een galeriehouder merkte ooit op dat ik mensen met mijn ogen verslind. Daar zit wel wat in. De beelden die ik zie, sla ik op in mijn geheugen om er daarna nauwelijks meer aan te denken. Maar op het moment dat ze nodig zijn, springen ze weer uit te voorschijn en veranderen ze in verf, klei of gipsmodel. Net zo schaamteloos als ik ze opgeslagen heb.

Vanaf dat moment leiden ze hun eigen leven. Ze vertellen hun eigen verhaal. Ze roepen emotie op, verleiden tot bespiegelingen. Een enkeling herkent zijn buurvrouw of achterneef. Moet ik daar iets over zeggen? Nee hoor, kunst moet voor zichzelf spreken en geen toelichting nodig hebben.

Verder koester ik een eindeloze fascinatie voor materialen en technieken. Zet mij in willekeurig welke werkplaats en van alle kanten springen er allerlei nieuwe idee├źn op me af.